Liefde, lust en de dood

 

Begraafplaatsen zijn uitingen van liefde. En soms steekt lust de kop op. Een klein overzicht van uitingen van lust, erotiek en liefde (tot in de dood) op begraafplaatsen in binnen- en buitenland.

 

Seks

Seks en dood hebben duidelijke overeenkomsten en soms gaan ze samen. Het orgasme wordt ook wel ‘la petite mort’ genoemd, de kleine dood. In de tijd toen de dood vooral nog taboe was, wat het geval was tot aan de jaren tachtig van de vorige eeuw – niet eens zo lang geleden dus – sprak men ook wel van ‘de pornografie van de dood’; de dood had iets obsceens, men sprak er liever niet over. Een abonnee van Doodgewoon (publiekstijdschrift over de dood dat werd uitgegeven tussen 1994 tot 2001) schreef ooit aan de redactie: ‘Ik ben blij dat uw blad in een bruine envelop komt, zo hoeft de postbode niet te zien dat ik een blad over de dood ontvang.’ Alsof het om een pornoblaadje ging. Er is gelukkig veel veranderd sinds die tijd.

 

De combinatie van seks en dood is daarentegen nog wel degelijk een taboe. Necrofilie wordt door weinig mensen geaccepteerd, is in de meeste landen strafbaar en wordt als afwijking beschouwd. De keerzijde daarvan is dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar de mate waarin necrofilie voorkomt. Maar ook als er een (levend) liefdespaar letterlijk op (de) hete(r)daad is gesnapt op een begraafplaats is de verontwaardiging groot. Hoewel de berichten die dan in de krant verschijnen van een hoog humoristisch gehalte zijn. ‘Vrouw gewond door vallende grafsteen tijdens seks op kerkhof,’ kopte een Engelse krant in 2011. Het lijkt wel alsof de verslaggever zelf ook wat opgewonden raakte: ‘Een blijkbaar onstuimig geil potje seks op een begraafplaats in New Jersey is voor een 39-jarige vrouw in het hospitaal geëindigd. Tijdens de vleselijke uitspatting is blijkbaar een grafsteen omgevallen waarbij de vrouw gewond raakte.’

 

Erotiek

Toch is seks op de begraafplaats van oudsher een heel gewone bezigheid. In de Middeleeuwen was het kerkhof een sociaal drukke plek. Kerkhoven lagen bij de kerk, die meestal in het centrum van de stad stond. Mensen ontmoetten elkaar op dit hof rond de kerk: behalve begraven werd er gegokt, gedronken en gevreeën. In Amsterdam zijn deze praktijken voortgezet op het Oudekerksplein in het hartje van de stad, tevens hart van de Wallen. Tot 1655 lag hier rond de 14e-eeuwse Oude Kerk een kerkhof. Op het plein waar eeuwenlang is begraven wordt nu druk de ‘liefde bedreven’.

 

Zijn seksuele handelingen op of rond het graf niet gewenst, toch is erotiek volop te vinden op Europese begraafplaatsen. Vooral eind 19e en begin 20ste eeuw verrezen er veel erotische en zelfs wellustige beelden op de begraafplaatsen, vooral naakte vrouwen in houdingen die weinig aan de verbeelding overlaten. Het heeft enkele prachtige fotoboeken opgeleverd; het bekendst zijn die van de Duitse fotografe Isolde Ohlbaum. Denn alle Lust will Ewigkeit luidt de titel van een van haar boeken. Maar ook de Franse fotograaf André Chabot heeft in het fotoboek Érotique dus cimetière uit 1978 veel funeraire wulpsheid op de gevoelige plaat vastgelegd.

 

Seks leidt tot baby’s. Hoewel, voor sommigen helaas niet. Het graf van de journalist Victor Noir (1848-1870) op Père Lachaise is een vruchtbaarheidssymbool. Noir werd op 21-jarige leeftijd doodgeschoten door prins Pierre Bonaparte (een achterneef van keizer Napoleon) vanwege beledigingen in een Corsicaanse krant aan het adres van de keizer. Bonaparte eiste een duel, Noir overleefde dit niet. Het is een erg ongelukkige dood, want feitelijk was hij slechts de secondant van de beledigende partij. Noir is levensgroot in koper uitgebeeld, liggend in kostuum op zijn graf. Zijn geslacht is prominent zichtbaar in zijn broek, het is het enige lichaamsdeel dat niet groen is uitgeslagen maar glanst als pas gepoetst koper. Het geslachtsdeel is (en wordt) door menig bezoekster gestreeld; het verhaal gaat dat deze wellustige handeling de vruchtbaarheid ten goede zal komen. Elders op dezelfde begraafplaats staat het graf van de Engelse schrijver Oscar Wilde, een sfinx met kloten (letterlijk). Dat gaf voor sommigen blijkbaar zoveel aanstoot dat die kloten er regelmatig met geweld afgebroken zijn.

 

Elk graf is een uiting van liefde en een begraafplaats dé plek waar mensen getuigen van hun liefde voor andere mensen

 

Liefde

Liefde is volop te vinden op begraafplaatsen. Liefde tussen echtelieden, tussen ouders en kinderen, tussen familie en vrienden. Je zou kunnen zeggen dat elk graf een uiting van liefde is en een begraafplaats dé plek waar mensen getuigen van hun liefde voor andere mensen.

 

Er zijn uiteraard opvallende hoogtepunten op dat gebied. Als Nederlands voorbeeld komen we er niet onderuit, ook al zouden we dat willen, om het overbekende en vaak genoemde ‘graf met de handjes’ te noemen op Het Oude Kerkhof te Roermond. Het stamt uit een tijd dat katholieken en protestanten niet op hetzelfde kerkhof begraven mochten worden. In Roermond is het katholieke deel van het protestante deel gescheiden door een hoge muur. De beide echtelieden uit een gemengd huwelijk wilden echter na de dood niet gescheiden worden en kwamen op een creatief idee: over de muur houden een forse mannenhand en een tere vrouwenhand elkaar vast.

 

Ontroerend is het breedsprakige grafschrift op een steen op begraafplaats Borger: God! Hoe jong was nog haar spruitje Heer – Hoe kort nog onzen echt – nog pas 15 maand vereenigd, voert gij haar reeds van mij weg – O! wat valt het zwaar te dragen om de schoonste bloem der gaarde – zoo op eens te zien verdwijnen – Lieve vader geef mij kracht – rust dan zacht geliefde vrouwe – in deez engen somber kluis – zalig zal het weerzien wezen – in het eeuwig vaderhuis.

 

Soms regeert de liefhebbende echtgenoot over het graf heen. Wat moet je anders denken van de graven van echtparen waarbij de man – meestal is het de man en niet andersom – al is overleden en de vrouw nog springlevend is, maar wier naam en geboortejaar wel al op de steen staan gegraveerd? Is dit ware liefde? Het doet denken aan de praktijk van de weduwenverbranding die vroeger plaatsvond in India en Indonesië en waarbij de weduwe om het leven werd gebracht of in verdoofde toestand samen met het lichaam van haar echtgenoot werd verbrand. In India heette dit ‘sati’, wat ‘deugdzame vrouw’ betekent.

Ontroerend daarentegen is de aanblik van acht hoge vazen, met in elke vaas zes à zeven witte lelies, die om een Amsterdams graf zijn gezet, en dat daardoor van ver opvalt. Het was kort na Allerzielen. De verse lelies waren er kort daarvoor neergezet. Een opvallende uiting van de liefde van een man voor zijn overleden vrouw, die zich zelfs uitstrekte tot de buurgraven, ook daar stonden enkele lelies.

 

Als we de waarde van begraafplaatsen aan anderen willen duidelijk maken, dan hebben we het over de begraafplaats als groene plek, of als cultuur-historisch stenen archief van een gemeente. Maar laten we niet vergeten dat het óók en vooral plekken van liefde zijn.

 

Verschenen in ThemaTijdschrift BEGRAVEN is zo gek nog niet, december 2012.